Tijdelijk Huisverbod

De Wet Tijdelijk Huisverbod is in Nederland ingevoerd op 1 januari 2009. Vanaf 1 april 2009 werken we binnen de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland met deze wet.

Het huisverbod is bedoeld om huiselijk geweld verder terug te dringen. De maatregel biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen.

Wat houdt de Wet Tijdelijk Huisverbod in?
Als iemand zich schuldig maakt aan huiselijk geweld, kan diegene een huisverbod krijgen. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen de woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen.

Wanneer wordt een tijdelijk huisverbod opgelegd?
Het Tijdelijk Huisverbod wordt opgelegd bij:

  • Melding en constatering van dreiging van huiselijk geweld waarbij de politie geen aanhouding kan verrichten.
  • Aanhouding huiselijk geweld en/of indien na de invrijheidsstelling toch nog een dreigende situatie bestaat.

Het huisverbod kan ook worden opgelegd bij kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan. Het huisverbod wordt in de vorm van een beschikking uitgereikt door de burgemeester of door de politie indien zij daartoe wordt gemandateerd.

Welke instellingen zijn hierbij betrokken?

  • Politie                     -> neemt initiatief
  • Gemeente               -> is verantwoordelijk
  • GGD/Veilig Thuis     -> is procescoördinator
  • Reclassering            -> voert gesprekken met de uithuisgeplaatste
  • SMD                        -> voert gesprekken met de volwassen achterblijver
  • Jeugdbescherming   -> voert gesprekken met de kinderen

Hoe werkt een tijdelijk huisverbod?
De uithuisgeplaatste moet onmiddellijk de woning verlaten, de sleutels inleveren bij de achterblijver en gedurende tien dagen geen contact opnemen, tenzij via de hulpverlening. Tegen het eind van de tien dagen is er een afsprakengesprek, een gesprek tussen de betrokkenen en de hulpverleners. In dat gesprek worden afspraken gemaakt over de veiligheid en er wordt een plan van aanpak gemaakt met betrekking tot de hulpverlening. Na het afsprakengesprek brengen de hulpverleners hun advies uit aan de burgemeester: Het tijdelijk huisverbod verlengen of niet.

De burgemeester kan afhankelijk van de situatie het huisverbod verlengen tot maximaal achtentwintig dagen. Een uithuisgeplaatste die zich niet aan het huisverbod houdt, kan maximaal twee jaar gevangenisstraf krijgen of een taakstraf. De uithuisgeplaatste heeft de mogelijkheid om tegen het huisverbod in beroep te gaan bij de bestuursrechter. 

Maximaal drie weken na het afsprakengesprek is er een tweede gesprek (systeemgesprek) waarin de gemaakte afspraken worden gecheckt en nieuwe afspraken voor de komende tijd met betrekking tot veiligheid en hulpverlening worden gemaakt.