Goed kunnen zien is belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Zien helpt je kind om de wereld te ontdekken, te leren en te spelen. Als een kind slecht ziet, kan het sneller het overzicht verliezen en zich onveilig voelen. Daarom proberen wij oogafwijkingen zo vroeg mogelijk op te sporen.
Een filmpje over de ogentest kun je hieronder vinden.
Heb je het idee dat je kind minder goed ziet of maakt u zich zorgen? Bespreek dit dan met de jeugdverpleegkundige of jeugdarts. Je kunt hier altijd een afspraak voor maken.
Als je kind 10 jaar of ouder is, kun je zelf naar de opticien.
Als je baby 4 weken en 3 maanden oud is, bekijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige de ogen. De jeugdarts kijkt naar de buitenkant van het oog en met een lampje naar de binnenkant. Zo controleert de jeugdarts of de structuren van het oog goed zijn aangelegd. Dat is nodig om goed te kunnen zien.
Ook kijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige of je baby voorwerpen kan volgen met de ogen.
Vanaf 5 maanden kijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige naar de ogen om te controleren of er aanwijzingen zijn voor slecht zien, scheelzien of een lui oog.
Vanaf 3 jaar kan je kind een ogentest krijgen. Bij kinderen van 3 jaar doen we de test meestal alleen als er twijfel bij de ouders of de jeugdverpleegkundige/ jeugdarts is over het zicht.
Je kind krijgt standaard 2 oogtesten; tussen 3,5 en 4 jaar en tussen 5 en 6 jaar. We maken dan gebruik van een grote kaart met E’s.
Als je kind tussen de 3,5 en 4 jaar is doen we op het consultatiebureau standaard de ogentest.
Deze gaat zo:
- Aan de muur hangt de kaart met E’s.
- Je kind zit op schoot of zit/staat op een bepaalde afstand van de kaart.
- De jeugdarts of jeugdverpleegkundige plakt 1 oog af met een speciale bril.
- Je kind krijgt een stokje met een E.
- De jeugdarts of jeugdverpleegkundige wijst een E op de grote kaart aan.
- Je kind laat met het stokje of met de hand zien welke kant de E op staat.
- Daarna is het andere oog aan de beurt.
Als je kind tussen de 5 en 6 jaar is, krijgt het een tweede oogtest. Deze gaat hetzelfde als de eerste meting en is vaak op school.
De ogentest kan spannend zijn voor je kind. Je kunt je kind helpen door thuis alvast de symbolen en de E’s te laten zien. Zo weet je kind wat het kan verwachten. Dit maakt de kans groter dat je kind goed meewerkt.
Met de ogentest controleren we of beide ogen goed werken. Is de uitslag onduidelijk? Dan doen we de tweede test binnen 3 maanden nog een keer bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige. Is de test dan nog niet goed genoeg? Dan verwijst de jeugdarts je kind naar een oogarts.
Bij kinderen van 3 jaar gebruiken we een kaart met symbolen voor de ogentest.

Bij kinderen van 3,5 jaar en ouder gebruiken we een kaart met E’s.
