Privacyreglement GGD Zaanstreek-Waterland

Klik hier voor het pdf-bestand van het Privacyreglement GGD Zaanstreek-Waterland (pdf 1mb).

Het dagelijks bestuur van de GGD Zaanstreek-Waterland; Aanleiding en doel van het privacyreglement
Voor het bieden van goede zorg en voor goede jeugdhulp aan cliënten en voor de uitvoering van de andere taken van de GGD is het noodzakelijk dat de GGD persoonsgegevens, waaronder bijzondere persoonsgegevens over de gezondheid van cliënten, verwerkt;

Voor een rechtmatige en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens van cliënten is het noodzakelijk om deze verwerking vast te leggen in een reglement.

Relevante wet- en regelgeving:
Burgerlijk Wetboek, Boek 1; art.240;
Wet Kwaliteit klachten en geschillen zorg; Wet bescherming persoonsgegevens;
Wet gebruik Burger Service Nummer in de zorg; Wet basisregistratie personen;
Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst; Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg; Jeugdwet;
Wet maatschappelijke ondersteuning; Wet publieke gezondheid;
Richtlijn archivering tuberculosegegevens van de Commissie voor Praktische Tuberculosebestrijding
d.d. juli 2014;
Richtlijn inzake de omgang met medische gegevens van de KNMG, alsmede de Meldcode Kindermishandeling van de KNMG d.d. april 2012;
Handreiking gegevensuitwisseling in de Bemoeizorg van GGD / GHOR Nederland, GGZ Nederland en
KNMG d.d. september 2014,
Handreiking privacybescherming epidemiologie, GGD Nederland 2007, alsmede de Gedragscode Gezondheidsonderzoek 2007;

Besluit het volgende reglement vast te stellen.

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Beroepskracht: de beroepskracht van de GGD die zorg of jeugdhulp biedt aan een cliënt, of die rechtstreeks is betrokken bij de uitvoering van een andere taak van de GGD;

Bestand: het gestructureerd geheel van persoonsgegevens van cliënten die door de GGD fysiek of digitaal worden vastgelegd, met het oog op de zorg of de jeugdhulp aan cliënten, of met het oog op de uitvoering van andere taken van de GGD. Dit bestand bestaat uit zeven onderdelen: een zorgbestand met persoonsgegevens in verband met het bieden van zorg (algemene gezondheidzorg, jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke gezondheidszorg),een jeugdhulpbestand met persoonsgegevens in verband met het bieden van jeugdhulp, een onderzoeksbestand met persoonsgegevens in verband met (epidemiologisch) onderzoek, een Veilig Thuisbestand, met de persoonsgegevens in verband met het uitoefenen van de taken van Veilig Thuis, een toezichtbestand met persoonsgegevens in verband met het toezicht op instellingen, een bestand MICD met Meldingen Incidenten in de Cliëntenzorg en Dienstverlening en een klachtenbestand met klachten over de taakuitoefening van de GGD en de afhandeling van deze klachten;

Betrokkene: de persoon op wie een persoonsgegeven betrekking heeft;

Bewerker: degene die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtstreeks gezag te zijn onderworpen;

Bijzondere persoonsgegevens: persoonsgegevens over iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over hinderlijk en onrechtmatig gedrag in verband met een opgelegd verbod en persoonsgegevens over het lidmaatschap van een vakvereniging;

Cliënt: de persoon aan wie de GGD zorg of jeugdhulp verleent, of heeft verleend, dan wel aan wie de GGD diensten verleent of heeft verleend in verband met de overige taken van de GGD, dan wel de persoon op wie een epidemiologisch of ander onderzoek van de GGD zich richt, daaronder ook begrepen de leden van het cliëntsysteem voor zover de taken van de GGD ook op hen betrekking hebben;

Cliëntsysteem datalek: de personen met wie de cliënt in gezinsverband leeft of heeft geleefd; inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens waardoor deze zijn blootgesteld aan verlies of onrechtmatige verwerking;

Derde: ieder niet zijnde de cliënt, de betrokkene, de verantwoordelijke, de bewerker, of enig persoon die onder rechtstreeks gezag van de verantwoordelijke of de bewerker gemachtigd is om persoonsgegevens te verwerken;

Extern overleg: (multidisciplinair)overleg van medewerkers van verschillende instellingen over een cliënt, met het oog op het signaleren en analyseren van risico’s voor de lichamelijke of geestelijke gezondheid van cliënten, het toe leiden naar of het bieden van zorg, jeugdhulp of een andere vorm van hulp, en/of het afstemmen van verschillende vormen zorg of (jeugd)hulp;

GGD goede zorg: GGD Zaanstreek-Waterland;
zorg als omschreven in artikel 2 van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg;

Huiselijk geweld: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring waarbij onder huiselijke kring wordt verstaan een familielid, een huisgenoot of een mantelzorger;

Jeugdhulp: jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet, voor zover geboden door de GGD, daaronder in dit reglement ook verstaan straathoekwerk;

Kindermishandeling: iedere vorm van een voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend, of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel;

MICD: Meldingen Incidenten Clientenzorg en Dienstverlening

OGGz: openbare geestelijke gezondheidszorg;

Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

Verantwoordelijke: het dagelijks bestuur van GGD Zaanstreek-Waterland;

Verwerken van persoonsgegevens: iedere handeling, of ieder geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval: het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens;

Veilig Thuis: Het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling;

Verwijsindex risicojongeren: het signaleringssysteem waarin jongeren kunnen worden gemeld van wie vermoed wordt dat zij een risico lopen op een bedreiging in hun ontwikkeling naar volwassenheid zoals beschreven in artikel 7.1.2.1 Jeugdwet;

Wettelijk vertegenwoordiger: de persoon die het gezag over een minderjarige uitoefent;

Zorg: ieder contact dat een beroepskracht met een cliënt of met een aantal cliënten heeft dat er op is gericht de lichamelijke, sociale of geestelijke gezondheidstoestand van de cliënt of cliënten vast te stellen en/of te verbeteren, hem of hen te beschermen tegen ziekten, hem of hen adviezen te geven om ziekten te voorkomen, daaronder ook begrepen bestrijding van infectieziekten, reizigersvaccinaties en het bieden van bemoeizorg.

Artikel 2 Doel van de verwerking van persoonsgegevens

De GGD verwerkt persoonsgegevens van cliënten met het doel om goede zorg en goede jeugdhulp te verlenen en om de overige taken van de GGD op een zorgvuldige wijze uit te voeren. Deze overige taken zijn: epidemiologisch en ander onderzoek naar de gezondheidstoestand van cliënten, uitvoeren van de taken van Veilig Thuis en het uitoefenen van toezicht op instellingen voor kinderopvang.

Artikel 3 Toepassingsgebied

  1. Dit reglement is van toepassing op iedere verwerking van persoonsgegevens door de GGD in verband met het verlenen van goede zorg en goede jeugdhulp en op het uitvoeren van de overige taken van de GGD.
  2. Voor zover de verwerking van persoonsgegevens verband houdt met het houden van toezicht op instellingen zijn uitsluitend de bepalingen van toepassing van de artikelen 1,2,3,4,5, 6 lid 1 en 2, 8 lid 5 en 31 tot en met 38.
  3. Dit reglement betreft iedere vorm van verwerking van de in lid 1 bedoelde persoonsgegevens,
    ongeacht of deze gegevens op papier, middels beeld- of geluidmateriaal, of elektronisch worden verwerkt.

Artikel 4 Verantwoordelijke

  1. Het dagelijks bestuur van de GGD is als ‘verantwoordelijke’ in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens verantwoordelijk voor de naleving van dit reglement en voor alle wettelijke verplichtingen die gelden voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de cliënt.
  2. De verantwoordelijke:
    treft voorzieningen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de opgenomen persoonsgegevens;
    ziet er op toe dat voor de beveiliging van de persoonsgegevens afdoende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen staan beschreven in het beveiligingsplan van de verantwoordelijke. Dit beveiligingsplan maakt als bijlage 1 deel uit van dit reglement; draagt er zorg voor dat datalekken onmiddellijk worden gemeld, conform de bepalingen van de wet;
    draagt er zorg voor dat de verwerking van persoonsgegevens op grond van dit reglement wordt gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
  3. De verantwoordelijke draagt de eindverantwoordelijkheid voor de in dit artikel beschreven verplichtingen. Deze eindverantwoordelijkheid laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid van ieder die op grond van dit reglement persoonsgegevens verwerkt voor een zorgvuldige en rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, zoals beschreven in dit reglement.

Artikel 5 Informeren van de cliënt over de verwerking van persoonsgegevens

  1. In het eerste contact informeert de beroepskracht de cliënt, schriftelijk of mondeling, over de wijze waarop de GGD zijn persoonsgegevens verwerkt. De beroepskracht informeert de cliënt over het doel van de gegevensverwerking, de aard van de gegevens die worden verwerkt, de rechten die hij kan uitoefenen en over de identiteit van de verantwoordelijke.
  2. Is het niet mogelijk om de cliënt tijdens het eerste contact te informeren, dan draagt de beroepskracht er zorg voor dat de cliënt zo spoedig als de situatie toe laat, alsnog over de gegevensverwerking wordt geïnformeerd..
  3. Van het (uitstellen of niet) informeren van de cliënt maakt de beroepskracht een aantekening in het bestand.

Het bestand

Artikel 6 De inhoud van het bestand

  1. De beroepskracht legt alle gegevens die noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige taakuitoefening vast in het bestand.
  2. De beroepskracht informeert de cliënt, bij voorkeur vooraf, en anders zo spoedig mogelijk, over de persoonsgegevens die hij vastlegt in het bestand.
  3. De persoonsgegevens die worden vastgelegd in het bestand kunnen bijzondere persoonsgegevens zijn, voor zover verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor een zorgvuldige taakuitoefening en deze verwerking op grond van de wet mogelijk is.
  4. Het Burger Service Nummer wordt vastgelegd en verwerkt conform de bepalingen van de Wet gebruik burger service nummer in de zorg en de bepalingen van de Jeugdwet.

Artikel 7 Toegang tot de persoonsgegevens in het zorgbestand en het jeugdhulpbestand

  1. Voor zover noodzakelijk voor de taakuitoefening hebben toegang tot de persoonsgegevens in het zorgbestand:
    de beroepskrachten die rechtstreeks betrokken zijn bij de zorg aan de cliënt;
    de vervangers van de beroepskrachten die rechtstreeks betrokken zijn bij de zorg aan de cliënt;
    de leidinggevenden van de GGD, voor zover toegang noodzakelijk is voor hun taakuitoefening; de verantwoordelijke, voor zover toegang tot de gegevens noodzakelijk is in verband met zijn verantwoordelijkheid als omschreven in artikel 4;.
    de medewerkers van de GGD die in verband met technische of administratieve ondersteuning taken hebben op het gebied van het beheer van het bestand, op aanwijzing van hun leidinggevenden.
  2. Voor zover noodzakelijk voor de taakuitoefening hebben toegang tot de gegevens in het jeugdhulpbestand:
    de beroepskrachten die rechtstreeks betrokken zijn bij de jeugdhulp aan de cliënt;
    de vervangers van de beroepskrachten die rechtstreeks betrokken zijn bij de jeugdhulp aan de cliënt;
    de leidinggevenden van de GGD, voor zover toegang noodzakelijk is voor hun taakuitoefening; de beroepskrachten die epidemiologisch en ander onderzoek doen, voor zover noodzakelijk voor het bewaken van de kwaliteit van de persoonsgegevens die zijn opgenomen in het bestand met het oog op het uitvoeren van onderzoek;
    de verantwoordelijke, voor zover toegang tot de gegevens noodzakelijk is in verband met zijn verantwoordelijkheid als omschreven in artikel 4;.
    de medewerkers van de GGD die in verband met technische of administratieve ondersteuning taken hebben op het gebied van het beheer van het bestand, op aanwijzing van hun leidinggevenden
  3. Toegang tot gegevens van een cliënt die door een andere afdeling van de GGD of voor een ander doel zijn vastgelegd, is mogelijk voor zover inzage in deze gegevens noodzakelijk is voor het bieden van goede zorg of goede jeugdhulp aan de cliënt. Voor het inzien van deze gegevens, wordt vooraf toestemming gevraagd aan de cliënt, conform artikel 9 van dit reglement. Artikel 13 is daarbij van toepassing .
  4. De bepalingen van lid 3 zijn eveneens van toepassing als een beroepskracht gegevens van een cliënt uit het zorgbestand of het jeugdhulpbestand aan een beroepskracht van een andere afdeling van de GGD verstrekt.
  5. Verstrekking van persoonsgegevens uit het zorgbestand of uit het jeugdhulpbestand in verband met (epidemiologisch) onderzoek is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
    het doel van het onderzoek is gericht op het onderzoeken of bevorderen van de lichamelijke of geestelijke volksgezondheid;
    het onderzoek kan niet worden uitgevoerd zonder verwerking van persoonsgegevens; er worden niet meer persoonsgegevens ten behoeve van het onderzoek verstrekt dan noodzakelijk is voor het onderzoek;
    de persoonsgegevens die ten behoeve van het onderzoek worden opgenomen in het onderzoeksbestand worden onmiddellijk vernietigd als de gegevens niet lange�n odzakelijk zijn voor het onderzoek, dan wel voor een eventueel vervolgonderzoek; voor de verstrekking is toestemming verleend door de leidinggevende van de zorgverleners of de jeugdhulpverleners die de gegevens in het zorgbestand of in het jeugdhulpbestand hebben opgenomen, waarbij de leidinggevende de bepalingen van artikel 18 in acht neemt.
  6. In bijlage 2 is de toegang tot de persoonsgegevens in het bestand per functie nader
    uitgewerkt.

Artikel 8 Bewaartermijnen van de gegevens

  1. De persoonsgegevens die in het zorgbestand en in het jeugdhulpbestand zijn opgenomen worden vijftien jaar bewaard, tenzij er sprake is van seksuologische hulpverlening zoals bedoeld in lid 3. De bewaartermijn wordt gerekend vanaf het eerste jaar waarin geen nieuwe gegevens meer zijn verwerkt. Verlenging van deze bewaartermijn is mogelijk als deze verlenging uit het oogpunt van goede zorg of goede jeugdhulp noodzakelijk is.
  2. Persoonsgegevens die ten behoeve van epidemiologisch of ander onderzoek naar de volksgezondheid in het onderzoeksbestand zijn opgenomen, worden zo spoedig mogelijk vernietigd nadat het (vervolg)onderzoek is afgerond. In plaats van vernietiging van de gegevens kan de GGD de gegevens ook zodanig bewerken dat zij niet langer te herleiden zijn tot individuele personen, conform de bepalingen van de notitie databeheer die als bijlage 3 deel uitmaakt van dit reglement.
  3. Persoonsgegevens die in verband met seksuologische hulpverlening worden vastgelegd, worden één jaar bewaard, te rekenen vanaf het eerste jaar waarin geen nieuwe gegevens meer worden vastgelegd. Verlenging van deze bewaartermijn is mogelijk voor zover deze verlengde bewaartermijn noodzakelijk is uit een oogpunt van goede zorg.
  4. Persoonsgegevens die worden bewaard in verband met de taken van Veilig Thuis worden 15 jaar bewaard, te rekenen vanaf het eerste jaar waarin geen nieuwe gegevens meer worden verwerkt. Betreffen de persoonsgegevens een cliëntsysteem met minderjarige kinderen en is het jongste kind in het cliëntsysteem aan het einde van de bewaartermijn nog geen 18 jaar, dan wordt de bewaartermijn verlengd tot het jaar waarin het jongste kind achttien jaar wordt.
  5. Persoonsgegevens die ten behoeve van het uitoefenen van toezicht op instellingen zijn opgenomen in het toezichtbestand, worden zeven jaar bewaard.
  6. Persoonsgegevens die zijn opgenomen in het bestand MICD worden tien jaar bewaard, te rekenen vanaf het jaar waarin de melding is opgenomen in het bestand.
  7. Persoonsgegevens die worden bewaard ten behoeve van klachtafhandeling door de GGD in het klachtenbestand worden vijf jaar bewaard, te rekenen vanaf het eerste jaar nadat de klacht is afgehandeld.

Verstrekken van persoonsgegevens aan derden in verband met het medisch beroepsgeheim of de geheimhoudingsplicht in de jeugdwet

Artikel 9 Verstrekken van persoonsgegevens met toestemming van de cliënt

  1. Voor het verstrekken van persoonsgegevens van de cliënt aan een ander die niet werkzaam is bij de GGD, vraagt de beroepskracht de toestemming van de cliënt, volgens de bepalingen van dit artikel. Dit toestemmingsvereiste geldt ook bij een verstrekking binnen de GGD aan een beroepskracht die niet wordt aangewezen in artikel 7 lid 1 of in lid 2 én voor uitwisseling van persoonsgegevens tussen beroepskrachten die jeugdhulp en beroepskrachten die zorg bieden aan dezelfde cliënt.
  2. Voordat de toestemming van lid 1 wordt gevraagd, informeert de beroepskracht die toestemming vraagt de cliënt over:
    het doel van de verstrekking;
    de aard van de gegevens die worden verstrekt;
    aan welke functionaris of instelling de gegevens zullen worden verstrekt.
  3. De cliënt kan zijn toestemming schriftelijk, telefonisch, via email of mondeling geven.
  4. De (weigering van) de toestemming legt de beroepskracht vast in het bestand.

Artikel 10 Verstrekken van persoonsgegevens aan de wettelijk vertegenwoordiger en aan de ouder zonder gezag

  1. Zonder toestemming van de cliënt kunnen persoonsgegevens van de cliënt worden verstrekt aan:
    de wettelijk vertegenwoordiger van een cliënt die nog geen zestien jaar oud is;
    de wettelijk vertegenwoordiger van een cliënt die zestien jaar of ouder is, maar die naar het oordeel van een deskundige collega niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
  2. Als de beroepskracht meent dat het verstrekken van informatie aan de wettelijk vertegenwoordiger in strijd is met goed hulpverlenerschap ten opzichte van de cliënt, kan hij besluiten om de wettelijk vertegenwoordiger niet of slechts gedeeltelijk te informeren.
  3. Op verzoek van de ouder die geen gezag uitoefent, verstrekt de beroepskracht informatie over de zorg of de jeugdhulp die aan de cliënt is of wordt verleend. Dit informatierecht van de ouder zonder gezag geldt ten aanzien van cliënten die nog geen zestien jaar oud zijn . De beroepskracht kan de gevraagde informatie weigeren voor zover het belang van de cliënt zich, naar zijn oordeel, verzet tegen het verstrekken van de informatie aan de ouder zonder gezag.
  4. Over een besluit om (bepaalde) persoonsgegevens van de cliënt niet aan de wettelijk vertegenwoordiger zoals bedoeld in lid 2 of aan de ouder zonder gezag zoals bedoeld in lid 3 te verstrekken, raadpleegt de beroepskracht een deskundige collega. Indien ook andere beroepskrachten van de GGD direct zijn betrokken bij de zorg dan wel de jeugdhulp aan de cliënt worden zij eveneens geraadpleegd.
  5. Van de verstrekking zoals bedoeld in lid 1 en 3 en van de weigering zoals bedoeld in lid 2 en in lid 3, maakt de beroepskracht een aantekening in het bestand.

Artikel 11 Verstrekken van persoonsgegevens aan een medisch hulpverlener die bij dezelfde medische behandeling is betrokken of aan jeugdhulpverlener die bij dezelfde jeugdhulp is betrokken

  1. De beroepskracht die zorg biedt, hoeft geen toestemming te vragen voor het verstrekken van persoonsgegevens aan een andere beroepskracht die rechtstreeks is betrokken bij dezelfde zorg aan de cliënt. De beroepskracht verstrekt alleen die gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze zorg.
  2. De beroepskracht die jeugdhulp biedt, hoeft geen toestemming te vragen voor het verstrekken van persoonsgegevens aan een andere beroepskracht die rechtstreeks is betrokken bij dezelfde jeugdhulp aan de cliënt. De beroepskracht verstrekt alleen die gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze jeugdhulp.
  3. Over een verstrekking zoals bedoeld in lid 1 of lid 2 informeert de beroepskracht de cliënt voordat hij tot verstrekking over gaat. Indien de cliënt duidelijk maakt dat hij deze verstrekking niet wenst, ziet de beroepskracht af van de voorgenomen verstrekking. Zo nodig kan een beroepskracht op grond van artikel 13 een uitzondering op deze regel maken.

Artikel 12 Verstrekken van persoonsgegevens op grond van een wettelijke plicht

  1. De beroepskracht vraagt geen toestemming aan de cliënt voor het verstrekken van persoonsgegevens als de GGD op grond van de wet verplicht is de gegevens te verstrekken. Gedoeld wordt op verplichtingen tot gegevensverstrekking in de Wet publieke gezondheid, de Wet Beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Jeugdwet en de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
  2. Zo mogelijk informeert de beroepskracht de cliënt over de verstrekking van zijn gegevens zoals bedoeld in lid 1.
  3. De beroepskracht maakt van de verstrekking zoals bedoeld in lid 1 een aantekening in het
    bestand. Hij tekent eveneens aan of en wanneer hij de cliënt over deze verstrekking heeft geïnformeerd.

Artikel 13 Verstrekken van persoonsgegevens zonder toestemming van de cliënt op grond van een conflict van plichten

  1. Indien de artikelen 10, 11 en 12 geen mogelijkheid bieden om zonder toestemming van de cliënt persoonsgegevens te verstrekken, kan een beroepskracht zonder toestemming toch gegevens verstrekken als:
    de cliënt of een lid van het cliëntsysteem zich in een zeer ernstige situatie bevindt; én
    het vragen of krijgen van toestemming naar het oordeel van de beroepskracht niet ogelijk is; én
    de dringend noodzakelijke zorg of jeugdhulp, of de dringend noodzakelijke coördinatie van deze zorg of jeugdhulp, alleen mogelijk is door het verstrekken van persoonsgegevens van de cliënt aan een ander; én het verstrekken van persoonsgegevens naar de redelijke verwachting van de beroepskracht kan leiden tot verbeteren dan wel opheffen van de zeer ernstige situatie waarin de cliënt of een ander zich bevindt.
  2. Voordat een beroepskracht zoals bedoeld in lid 1 een besluit neemt, raadpleegt hij een deskundige collega. Indien ook andere beroepskrachten van de GGD direct betrokken zijn bij de zorg of de jeugdhulp aan de cliënt worden zij eveneens vooraf geraadpleegd.
  3. De beroepskracht die op grond van dit artikel besluit tot verstrekking van persoonsgegevens van een cliënt zonder zijn toestemming, verstrekt niet meer persoonsgegevens dan noodzakelijk is voor het doel dat hij beoogt.
  4. De beroepskracht die op grond van dit artikel besluit tot verstrekking van persoonsgegevens van een cliënt zonder zijn toestemming, informeert de cliënt zo spoedig mogelijk over dit besluit, tenzij de veiligheid van de cliënt, van de leden van het cliëntsysteem of die van de beroepskracht dit (nog) niet toelaat.
  5. De beroepskracht legt zijn besluit over de verstrekking van gegevens zonder toestemming van de cliënt gemotiveerd vast in het bestand. Hij vermeldt daarbij de belangen die zijn afgewogen, welke functionaris hij heeft geconsulteerd voordat hij het besluit nam en welke gegevens zijn verstrekt. Ook tekent hij aan of, en zo ja op welk moment, hij de cliënt over de verstrekking van zijn persoonsgegevens heeft geïnformeerd, en in het geval dat niet is gebeurd, op grond van welke argumenten hij heeft afgezien van het informeren van de cliënt.

Artikel 14 Meldrecht Veilig Thuis en Raad voor de Kinderbescherming

  1. In geval een beroepskracht een redelijk vermoeden heeft dat zijn cliënt als getuige, als pleger of als slachtoffer is betrokken bij kindermishandeling of huiselijk geweld, volgt de beroepskracht de stappen van de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling van de GGD.
  2. Als de beroepskracht zoals bedoeld in lid 1 tot het oordeel komt dat het voor het stoppen van de kindermishandeling of het huiselijk geweld en/of voor het beschermen van de personen die daarbij zijn betrokken, en/of voor het bieden van hulp noodzakelijk is, meldt hij zijn vermoeden, op grond van artikel 5.2.6 Wmo 2015, bij Veilig Thuis. Zo nodig doet hij zijn melding zonder toestemming van de cliënt.
  3. Vraagt Veilig Thuis, in het kader van een onderzoek naar aanleiding van een melding van een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld, aan een beroepskracht van de GGD om informatie over een cliënt, dan is de beroepskracht op grond van artikel 5.2.6 Wmo 2015, bevoegd de gevraagde informatie te geven, zo nodig zonder toestemming van de cliënt.
  4. De bepalingen van dit artikel zijn op grond van artikel 1:240 BW ook van toepassing op het doen van een melding bij de Raad voor de Kinderbescherming in een crisissituatie en bij verzoeken van de Raad om informatie over een cliënt in het kader van een onderzoek naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel.
  5. Als een beroepskracht een verstrekking van persoonsgegevens op grond van lid 1, 2, 3 of 4 overweegt, zijn de bepalingen van artikel 13 lid 2, 3, 4 en 5 van toepassing.

Artikel 15 Meldrecht verwijsindex risicojongeren en informatieplicht en meldrecht jeugdbeschermer in verband met een ondertoezichtstelling

  1. Indien een beroepskracht een risico signaleert op een bedreiging in de ontwikkeling naar volwassenheid van een cliënt tot 23 jaar, kan hij, op grond van artikel 7.1.4.1 Jeugdwet, het BSN van deze cliënt opnemen in de verwijsindex risicojongeren. Voordat de beroepskracht het BSN van de jeugdige opneemt in de verwijsindex, bespreekt hij de risico’s met de jeugdige cliënt en zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) en legt hij ook het doel van de melding in de verwijsindex uit. Is het, in verband met de veiligheid van de jeugdige cliënt, van leden van het cliëntsysteem of die van de beroepskracht niet mogelijk om de risico’s te bespreken voordat het BSN nummer wordt opgenomen in de verwijsindex, dan kan de beroepskracht het BSN nummer toch opnemen in de verwijsindex indien hij meent dat een melding noodzakelijk is voor het wegnemen van de bedreigingen in de ontwikkeling van de jeugdige. Op het voeren van overleg met of het anderszins verstrekken van informatie aan een persoon of een instantie die met betrekking tot een zelfde jeugdige een melding heeft ge aan, is toestemming van de cliënt vereist zoals beschreven in artikel 9. Artikel 13 is daarbij van toepassing.
  2. Vraagt een jeugdbeschermer om informatie over de cliënt in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, dan verstrekt de beroepskracht, op grond van art. 7.3.4.11 Jeugdwet, de gevraagde informatie, voor zover hij over deze informatie beschikt en deze voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Deze verstrekking vindt zo nodig plaats zonder toestemming van de cliënt.
  3. In geval zich naar het oordeel van de beroepskracht omstandigheden bij een cliënt voor doen die van belang zijn voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de cliënt of van een lid van het cliëntsysteem, kan de beroepskracht deze omstandigheden aan de jeugdbeschermer melden, zo nodig zonder toestemming van de cliënt.
  4. In geval van verstrekking van persoonsgegevens op grond van dit artikel, zijn de bepalingen van artikel 13 lid 2, 3, 4 en 5 van toepassing.

Artikel 16 Structurele deelname aan extern overleg

  1. Over structurele vertegenwoordiging van de GGD in een extern overleg waarin persoonsgegevens van cliënten worden verwerkt, beslist de integraal manager.
  2. De sector-/ teammanager van de betreffende team zoals bedoeld in lid 1 toetst ter voorbereiding van zijn besluit of voldaan is aan de volgende voorwaarden:
    het overleg heeft (mede) tot doel het toe leiden naar, of het bieden of coördineren van ondersteuning, Ueugd)hulp, begeleiding of zorg aan cliënten en/of aan leden van het cliëntsysteem én;
    het overleg is noodzakelijk voor het toe leiden naar, het bieden of het coördineren van ondersteuning, Ueugd)hulp, begeleiding of zorg aan cliënten én;
    de verwerking van persoonsgegevens in het overleg is vastgelegd in een convenant of reglement dat, gelet op de wetgeving die op de GGD van toepassing is en gelet op de bepalingen van dit reglement, door de GGD kan worden ondertekend, dan wel op andere wijze is in voldoende mate geborgd dat de GGD in het overleg kan handelen conform de relevante wetgeving en de bepalingen van dit reglement.
  3. Op de verstrekking van persoonsgegevens van cliënten door beroepskrachten van de GGD in de verschillende vormen van extern overleg zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Artikel 17 Verstrekking van gegevens ten behoeve van beleid

  1. De GGD kan gegevens verstrekken aan gemeenten ten behoeve van beleidsvorming en beleidsevaluatie voor zover de GGD deze gegevens, voorafgaand aan de verstrekking, zodanig heeft bewerkt dat zij niet langer te herleiden zijn tot individuele personen of individuele huishoudens. Over een dergelijke verstrekking beslist de sectormanager Strategie& Ontwikkeling”.

Specifieke bepalingen in verband met epidemiologisch en ander onderzoek

Artikel 18 Verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van epidemiologisch en ander onderzoek door, of in opdracht van de GGD

  1. Voordat de GGD een (epidemiologisch) onderzoek start, legt de dienst het doel daarvan nauwkeurig vast. Op basis van dit doel stelt de GGD vast welke gegevens noodzakelijk zijn voor het onderzoek. Ten behoeve van het onderzoek kunnen persoonsgegevens worden verwerkt in die gevallen waarin het onderzoek niet, of niet op een verantwoorde wijze, kan worden uitgevoerd zonder dat daarbij persoonsgegevens worden verwerkt.
  2. Voor verwerking van persoonsgegevens zoals bedoeld in lid 1 gelden als voorwaarden dat; het onderzoek is gericht op het onderzoeken of bevorderen van de lichamelijke of geestelijke gezondheid; niet meer persoonsgegevens worden verwerkt dan noodzakelijk is voor het onderzoek;
    vooraf aan de betrokkene om toestemming wordt gevraagd voor het verwerken van zijn persoonsgegevens;
    de persoonsgegevens onmiddellijk worden vernietigd of zodanig worden bewerkt dat zij niet langer te herleiden zijn tot individuele personen, als zij niet langer noodzakelijk zijn voor het (vervolg)onderzoek.
  3. Verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van onderzoek zonder dat toestemming wordt gevraagd aan de betrokkene is mogelijk indien het onderzoek een algemeen gezondheidsbelang dient, het vragen van toestemming om onderzoekstechnische of praktische redenen in redelijkheid niet mogelijk is en de cliënt op wie de gegevens betrekking hebben minstens twaalf jaar oud is.
  4. Toegang tot de persoonsgegevens in het onderzoeksbestand hebben uitsluitend de beroepskrachten van de GGD die een of meer onderzoeken uitvoeren, voor zover noodzakelijk voor hun taakuitoefening, alsmede hun vervangers en leidinggevenden.
  5. De GGD kan ten behoeve van een onderzoek dat zij wenst uit te laten voeren door een externe onderzoeker, gegevens verstrekken aan deze externe onderzoeker. Verstrekking vindt plaats onder de voorwaarde dat deze gegevens, zonder toestemming van de GGD, door de ontvanger niet voor andere onderzoeken of andere doeleinden worden verwerkt en dat de gegevens, als zij niet langer noodzakelijk zijn voor het (vervolg)onderzoek, onmiddellijk worden vernietigd of zodanig worden bewerkt dat zij niet langer te herleiden zijn tot individuele personen.
  6. De GGD bewaakt dat er geen persoonsgegevens van betrokkenen worden opgenomen in verslagen, rapporten en andere weergaven van de uitkomsten van onderzoeken.
  7. Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens in geval van (epidemiologisch) onderzoek volgt de GGD de bepalingen van de Handreiking privacybescherming epidemiologie alsmede die van de Gedragscode Gezondheidsonderzoek.
  8. Als de GGD persoonsgegevens toezendt aan een bewerker, in verband met het uitvoeren van een onderzoek in opdracht van de GGD, bewaakt de GGD dat in de bewerkersovereenkomst de bepalingen van de genoemde Handreiking en van de genoemde Gedragscode worden opgenomen.
  9. De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing als aan de GGD om verstrekking van gegevens wordt verzocht door een extern onderzoeker in verband met onderzoek dat deze onderzoeker uitvoert naar de lichamelijke of geestelijke gezondheid van de bevolking. Over een dergelijk verzoek tot verstrekking beslist de sectormanager Strategie&Ontwikkeling.

Specifieke bepalingen in verband met de taken van de Jeugdgezondheidszorg

Artikel 19 Bewaartermijn

De bewaartermijn van vijftien jaren zoals bedoeld in artikel 8 wordt voor de persoonsgegevens die worden vastgelegd in verband met jeugdgezondheidszorg, gerekend vanaf het eerste jaar nadat de cliënt 19 jaar is geworden.

Artikel 20 Overdracht van persoonsgegevens uit het bestand in verband met verhuizing

Als een cliënt van de jeugdgezondheidszorg verhuist en daardoor onder de zorg van een andere instelling voor jeugdgezondheidszorg elders in het land valt, worden de gegevens van de cliënt uit het bestand, op verzoek van deze andere instelling, overgedragen. Deze overdracht geschiedt met toestemming van de cliënt. Zo nodig kan een uitzondering op dit toestemmingsvereiste worden gemaakt met een beroep op goed hulpverlenerschap ten opzichte van de cliënt.

Artikel 21 Inzien van persoonsgegevens van broertjes en zusjes van de cliënt

  1. Een beroepskracht vraagt toestemming aan de cliënt voor het inzien van de persoonsgegevens van een (half)broertje of (half)zusje.
  2. Als geen toestemming kan worden gevraagd of wordt verkregen en de beroepskracht meent dat hij tekortschiet ten opzichte van de cliënt in goed hulpverlenerschap door af te zien van inzage, kan de beroepskracht besluiten om de persoonsgegevens van een (half)broertje en (half)zusje van de cliënt in te zien. De beroepskracht maakt een aantekening van de afweging die tot zijn besluit heeft geleid en van zijn bevindingen en informeert hierover de cliënt tijdens het eerst volgende contact.

Specifieke bepalingen in verband met taken in de openbare geestelijke gezondheidszorg

Artikel 22 Het informeren van de cliënt

De GGD draagt er zorg voor dat de cliënt zo spoedig als de situatie toe laat, wordt geïnformeerd over de persoonsgegevens die de GGD vastlegt in verband met zijn OGGz taken zoals het voeren van (casus)overleg met andere instellingen, alsmede voor de taken van het Meldpunt Overlast en Bemoeizorg en het meldpunt Bijzondere Zorg.

Artikel 23 Verstrekken van persoonsgegevens zonder toestemming van de cliënt

  1. In aanvulling op artikel 13 kan de GGD, als het niet mogelijk blijkt om toestemming van de cliënt te vragen of te krijgen, zo nodig zonder zijn toestemming, persoonsgegevens aan anderen verstrekken, dan wel casusoverleg voeren, als deze verstrekking of het overleg noodzakelijk is voor:
    het verkennen en analyseren van signalen van mogelijk ernstige problemen bij cliënten die zich in een kwetsbare situatie bevinden en mogelijkerwijs niet die zorg krijgen die zij dringend behoeven;
    het motiveren van de cliënt en zo nodig van de leden van het cliëntsysteem voor de dringend noodzakelijke zorg;
    het toe leiden van de cliënt en zo nodig van de leden van het cliëntsysteem naar de dringend noodzakelijke hulp;
    het coördineren en volgen van deze hulp.
  2. De GGD spant zich in om voor de gegevensverstrekking of het overleg zoals bedoeld in lid 1, alsnog toestemming te vragen zo gauw de situatie van de cliënt dit toelaat.

Artikel 24 Meldpunt Overlast en Bemoeizorg/ Meldpunt Bijzondere Zorg

  1. Instellingen en burgers kunnen een zorgelijke situatie waarin een inwoner van de regio Zaanstreek-Waterland zich mogelijkerwijs bevindt melden bij het Meldpunt Zorg en Overlast met het doel advies te krijgen over hoe zelf te handelen in deze situatie of met het doel dat de GGD de melding beoordeelt en de noodzakelijke acties uitzet.
  2. Op de taken van het Meldpunt Overlast en Bemoeizorg en het Meldpunt Bijzondere Zorg zijn de bepalingen van artikel 22 en 23 van toepassing.

Specifieke bepalingen in verband met seksuologische hulpverlening

Artikel 25 Verwerken van gegevens in verband met seksuologische hulpverlening

  1. Bij het bieden van seksuologische hulpverlening, waaronder onderzoek naar seksueel overdraagbare aandoeningen en het toedienen van hepatitis B vaccinaties, legt de GGD uitsluitend de volgende persoonsgegevens van cliënten vast: naam, emailadres en mobiel telefoonnummer. Indien de cliënt deze gegevens niet wenst te verstrekken, kan seksuologische hulp eveneens plaats vinden zonder dat deze gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat de cliënt op enigerlei wijze bereikbaar is voor de GGD voor het melden van de uitslag.
  2. Indien het voor een doorverwijzing naar vervolghulp noodzakelijk is dat de cliënt meer dan de in lid 1 genoemde persoonsgegevens bekend maakt, vindt doorverwijzing uitsluitend plaats met de uitdrukkelijke toestemming van de cliënt.
  3. Voor seksuologische hulpverlening aan cliënten tot 16 jaar vraagt de GGD geen toestemming aan de wettelijk vertegenwoordigers. De bepalingen van dit reglement over het informeren van wettelijk vertegenwoordigers en ouders zonder gezag en over inzage in de persoonsgegevens door wettelijk vertegenwoordigers, zijn uitsluitend van toepassing als er persoonsgegevens van jeugdige cliënten zijn opgenomen in het bestand. Als dit het geval is, beoordeelt de GGD of het noodzakelijk is de rechten van wettelijk vertegenwoordigers en ouders zonder gezag te beperken uit een oogpunt van goed hulpverlenerschap ten opzichte van de jeugdige cliënt conform het bepaalde in artikel 10 lid 2 en 3.

Specifieke bepalingen ten aanzien van de taken in verband met het bestrijden van infectieziekten

Artikel 26 Verwerken van persoonsgegevens in verband met verplichte meldingen van infectieziekten door medisch behandelaars op grond van de Wet publieke gezondheid

  1. Naar aanleiding van een melding van een infectieziekte op grond van de Wet publieke gezondheid worden door de beroepskracht in het bestand vastgelegd: naam, adres, woonplaats en BSN van de persoon bij wie de infectieziekte is vastgesteld, naam en functie van de melder, alsmede de aard van de infectieziekte die wordt gemeld.
  2. Op de gegevens die zijn vastgelegd op grond van lid 1 kunnen de rechten van informatie en inzage worden uitgeoefend zoals beschreven in de artikelen 28 en 29. Het recht van correctie zoals omschreven in artikel 30 kan op deze gegevens worden uitgeoefend voor zover het belang van de volksgezondheid en de Wet publieke gezondheid zich daartegen niet verzetten Het recht op vernietiging van gegevens zoals omschreven in artikel 31 kan op deze gegevens niet worden uitgeoefend.
  3. Naar aanleiding van een melding zoals bedoeld in lid 1, verstrekt de GGD aan het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu: gegevens omtrent de gemelde infectieziekte, het geslacht van de gemelde persoon, het geboortejaar en indien de gemelde persoon nog geen twee jaar oud is de geboortemaand, van de gemelde persoon.

Artikel 27 Bewaartermijn van persoonsgegevens in verband met tuberculose en overdracht van deze gegevens naar een andere GGD

  1. Voor de gegevens die in het bestand worden vastgelegd in verband met bronopsporing, contactonderzoek en het bieden van zorg in verband met tuberculose volgt de GGD de bewaartermijnen van de Richtlijn archivering tuberculosegegevens zoals vastgesteld door de Commissie voor Praktische Tuberculosebestrijding.
  2. Op de gegevens die zijn vastgelegd op grond van lid 1 kunnen de rechten van informatie en inzage worden uitgeoefend zoals beschreven in artikel 31.Het recht van correctie zoals omschreven in artikel 32 kan op deze gegevens worden uitgeoefend voor zover het belang van de volksgezondheid, de Wet publieke gezondheid en de Richtlijn zoals genoemd in lid 1 zich daartegen niet verzetten. Het recht op vernietiging van gegevens zoals omschreven in artikel 33 kan op deze gegevens niet worden uitgeoefend.
  3. Voor de overdracht van de gegevens zoals bedoeld in lid 1 naar een andere GGD, wordt de toestemming gevraagd van de cliënt. Voordat de cliënt om toestemming wordt gevraagd wordt hij geïnformeerd over het doel van de overdracht en over de aard van de gegevens die worden overgedragen. Als de cliënt zijn toestemming niet geeft, of als de toestemming van de cliënt, door welke oorzaak dan ook, in redelijkheid niet kan worden gevraagd, kan de GGD beslissen om de gegevens toch over te dragen aan een andere GGD voor zover de overdracht van deze gegevens noodzakelijk is in het belang van de volksgezondheid.

Specifieke bepalingen in verband met Straathoekwerk

Artikel 28 Verwerken van persoonsgegevens door het Straathoekwerk

  1. Het Straathoekwerk legt alleen in die gevallen waarin aan een cliënt individuele hulp- en dienstverlening wordt geboden, persoonsgegevens van de cliënt en zo nodig van het cliëntsysteem vast in het bestand. Artikel 5 is daarbij van toepassing,
  2. Meent het Straathoekwerk dat risicovol gedrag van een cliënt of zijn omstandigheden aanleiding zijn om persoonsgegevens van hem vast te leggen zonder dat er sprake is van individuele hulp – en dienstverlening, dan informeert het Straathoekwerk de cliënt hier vooraf over en bespreekt het Straathoekwerk met de cliënt ook de signalen of zorgen die het Straathoekwerk heeft.
  3. Als een andere organisatie het Straathoekwerk verzoekt contact op te nemen met een cliënt vanwege zijn risicovol gedrag of zijn behoefte aan hulp, stelt het Straathoekwerk als voorwaarde dat de andere organisatie de cliënt vooraf heeft geïnformeerd over (de reden van) dit verzoek.
  4. Overleg over cliënten met andere organisaties vindt plaats op basis van het toestemmingsvereiste van artikel 9. Als het niet mogelijk is om toestemming of te krijgen, kan een overleg plaats vinden zonder toestemming, voor zover dit overleg noodzakelijk is om zeer risicovol gedrag van de jongere te analyseren en om af te spreken door wie en op welke wijze de cliënt kan worden toe geleid naar passende hulp. De cliënt wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over het overleg dat heeft plaatsgevonden en over de afspraken die in dit overleg zijn gemaakt.

Specifieke bepalingen in verband met de taken van Veilig Thuis

Artikel 29 Verwerken van persoonsgegevens door Veilig Thuis

  1. Veilig Thuis heeft geen toestemming nodig van cliënten voor het verwerken van persoonsgegevens in verband met het uitoefenen van de wettelijke taken, met uitzondering van de adviestaak.
  2. Veilig Thuis draagt er zorg voor dat de cliënten zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd over een melding die op hen betrekking heeft en informeert hen ook over de stappen die naar aanleiding van de melding worden ondernomen en het verloop en de uitkomsten van het onderzoek naar de melding. Het informeren van de cliënt kan maximaal vier weken worden uitgesteld:
    a. voor zover het vermoeden bestaat dat het direct informeren van betrokkenen een ernstige bedreiging kan vormen voor een of meer leden van het cliëntsysteem, of voor de medewerker van Veilig Thuis;
    b. betrokkenen een direct met hen besproken anonieme melding zouden kunnen herleiden tot de melder.
    Het besluit tot verlenging wordt genomen door de teamleider van Veilig Thuis.
  3. Als Veilig Thuis besluit dat een melding niet behoeft te worden onderzocht en direct kan worden overgedragen aan al lopende hulp of aan het lokale veld voor vrijwillige hulpverlening, draagt Veilig Thuis er zorg voor dat de cliënten door Veilig Thuis zelf of door de al lopende hulp, dan wel het lokale veld worden geïnformeerd over de melding en de stappen die Veilig Thuis naar aanleiding van de melding heeft gezet.
  4. Bij de taakuitoefening volgt Veilig Thuis, voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens, de bepalingen van hoofdstuk 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, zoals nader uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit Wmo, het landelijk handelingsprotocol Veilig Thuis en het landelijk privacyreglement voor Veilig Thuis.
  5. Veilig Thuis draagt er zorg voor dat de gegevens die in verband met de taakuitoefening worden vastgelegd in het Veilig Thuisbestand alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn vastgelegd of voor een daarmee verenigbaar doel.

Specifieke bepalingen meldingen MICD

Artikel 30 Meldingen Incidenten Clientenzorg en Dienstverlening

Beroepskrachten melden incidenten in de zorg of in de jeugdhulp volgens de interne instructies. Deze meldingen worden opgenomen in het bestand MICD en kunnen persoonsgegevens van cliënten, waaronder bijzondere persoonsgegevens, bevatten.

  1. Uit het bestand zoals bedoeld in lid 1 kunnen persoonsgegevens worden verstrekt in verband met het onderzoek naar het incident, voor zover dit noodzakelijk is voor dit onderzoek. Over deze verstrekking beslist de sectormanager.
  2. Op de gegevens die op grond van dit artikel zijn vastgelegd kan het recht van vernietiging zoals omschreven in artikel 34 niet worden uitgeoefend.

Specifieke bepalingen in verband met het uitoefenen van toezicht op instellingen

Artikel 31 Verwerken van persoonsgegevens t.b.v. het toezicht op de kinderopvang

  1. Voor zover noodzakelijk voor het uitoefenen van toezicht kunnen persoonsgegevens van personen die taken uitvoeren in de kinderopvang worden vastgelegd in het toe ichtbestand.
  2. De betrokkene wordt over het vastleggen van zijn persoonsgegevens zo spoedig mogelijk door de GGD geïnformeerd. De betrokkene wordt geïnformeerd over het doel van de gegevensverwerking, de aard van de gegevens die worden verwerkt, de rechten die hij ten aanzien van deze gegevensverwerking kan uitoefenen en over de identiteit van de verantwoordelijke.
  3. Toegang tot het toezichtbestand hebben de beroepskrachten van de GGD die met taken in verband met het uitoefenen van toezicht zijn belast, alsmede hun vervangers en hun leidinggevenden, voor zover noodzakelijk voor hun taakuitoefening.
  4. Verstrekking van persoonsgegevens uit het bestand die in verband met de toezichtstaak zijn
    verzameld, geschiedt uitsluitend voor zover deze verstrekking uit de toezichtstaken voortvloeit. Verstrekking voor andere doeleinden dan het toezicht op kinderopvang vindt niet plaats.
  5. De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat de persoonsgegevens die voor de toezichtstaken worden verzameld niet ter inzage zijn en evenmin worden verstrekt aan beroepskrachten van de GGD die belast zijn met andere taken van de GGD. Ook draagt de verantwoordelijke er zorg voor dat deze gegevens niet verwerkt worden ten behoeve van de overige taken van de GGD.
  6. Recht op inzage, afschrift en correctie zoals omschreven in artikel 32 en 33, heeft een betrokkene vanaf 16 jaar. Is de betrokkene nog geen 16 jaar oud, dan worden deze rechten uitgeoefend door de wettelijk vertegenwoordiger.
  7. Op de gegevens die op grond van dit artikel zijn vastgelegd kan het recht van vernietiging zoals omschreven in artikel 34 niet worden uitgeoefend.

Rechten van betrokkenen

Artikel 32 Inzage en afschrift

  1. De betrokkene kan zich schriftelijk wenden tot de verantwoordelijke met een verzoek om inzage en/of afschrift van de persoonsgegevens die zijn opgenomen in het bestand en die op hem betrekking hebben. Als de betrokkene nog geen twaalf jaar oud is, komt dit recht niet toe aan hem zelf maar aan zijn wettelijk vertegenwoordiger(s), tenzij het belang van de betrokkene zich naar het oordeel van de GGD verzet tegen inzage en/of afschrift door de wettelijk vertegenwoordiger(s).
  2. Het recht op inzage en afschrift kan door de verantwoordelijke worden beperkt in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de betrokkene.
  3. Bij de behandeling van een verzoek om inzage en/of afschrift betrekt de verantwoordelijke de beroepskracht die direct bij de taakuitoefening ten aanzien van de betrokkene is of was betrokken.
  4. De verantwoordelijke reageert zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst, op het verzoek om inzage en/of afschrift. Indien het verzoek (gedeeltelijk) wordt geweigerd reageert de verantwoordelijke schriftelijk en motiveert hij de (gedeeltelijke) afwijzing.

Artikel 33 Correctierecht en recht op een eigen verklaring

  1. Degene aan wie inzagerecht is verleend op grond van artikel 32, kan de verantwoordelijke schriftelijk verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze gegevens feitelijk onjuist, onvolledig, dan wel voor het doel van de verwerking niet ter zake dienend zijn. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
  2. De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd en dat deze ook aan derden, aan wie de gegevens eerder zijn verstrekt, wordt bekend gemaakt.
  3. Is een betrokkene het niet eens met de gegevens die over hem zijn vastgelegd in het
    bestand, dan kan hij de verantwoordelijke verzoeken zijn eigen verklaring aan deze gegevens toe te voegen.
  4. Op de besluitvorming over een verzoek zoals bedoeld in dit artikel zijn de bepalingen van artikel 32 lid 3 en 4 van toepassing.

Artikel 34 Vernietigingsrecht

  1. Ondanks de bewaartermijnen zoals omschreven in artikel 8, vernietigt de GGD de gegevens in het bestand binnen drie maanden nadat de cliënt de verantwoordelijke daar schriftelijk om heeft verzocht.
  2. Vernietiging blijft achterwege als:
    redelijkerwijs aannemelijk is dat het bewaren van de gegevens van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de cliënt;
    vernietiging in strijd is met de wet.
  3. Op de besluitvorming over een verzoek zoals bedoeld in dit artikel zijn de bepalingen van artikel 32 lid 3 en 4 van toepassing.

Artikel 35 Positie van de wilsonbekwame betrokkene en zijn (wettelijk) vertegenwoordiger

  1. Indien de cliënt of de betrokkene nog geen twaalf jaar oud is, komt de GGD de verplichtingen die voor de GGD uit dit reglement voortvloeien, na jegens zijn wettelijk vertegenwoordiger(s).
  2. Is de cliënt of de betrokkene twaalf jaar of ouder, maar naar het oordeel van de GGD niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan komt de GGD de verplichtingen van dit reglement na jegens de wettelijk vertegenwoordiger(s) van de cliënt of de betrokkene.
  3. Heeft een meerderjarige cliënt of betrokkene zoals bedoeld in lid 2 geen curator of mentor dan kan een meerderjarig persoon die daartoe door de meerderjarige cliënt schriftelijk gemachtigd is, namens de cliënt zijn rechten uitoefenen. Is er geen schriftelijk gemachtigde dan komt de GGD de verplichtingen van dit reglement na jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of de andere levensgezel van de cliënt of de betrokkene, tenzij deze persoon dit niet wenst. In dit laatste geval komt de GGD de verplichtingen na jegens een ouder, een meerderjarig kind, een meerderjarige broer of zus van de cliënt of de betrokkene.
  4. De GGD komt de verplichtingen van dit reglement na jegens de in dit artikel genoemde personen, tenzij deze nakoming niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener.

Artikel 36 Geheimhouding

Ieder die op grond van dit reglement kennis neemt van persoonsgegevens, is verplicht tot geheimhouding daarvan, tenzij uit de wet of uit dit reglement verstrekking van persoonsgegevens voortvloeit.

Artikel 37 Klachtrecht

  1. Onverminderd de rechten die de betrokkenen worden toegekend in de Wet bescherming persoonsgegevens en de rechten die de cliënt worden toegekend op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst, de Jeugdwet of de Wmo2015 kan iedere cliënt of betrokkene schriftelijk een klacht indienen conform de klachtenprocedure van de GGD. Een klacht kan worden ingediend indien de betrokkene meent dat door (een beroepskracht van) de GGD persoonsgegevens worden verwerkt op een wijze die in strijd is met de wet of met dit reglement.
  2. Klachten van jongeren tot twaalf jaar worden namens hen ingediend door hun wettelijk vertegenwoordiger(s).
  3. Leidt de afhandeling van de klacht naar het oordeel van de cliënt niet tot een bevredigend resultaat, dan kan de cliënt zich met zijn klacht wenden tot de Geschillencommissie waarbij de GGD is aangesloten, dan wel bij de klachtencommissie voor Veilig Thuis, indien de klacht een gegevensverwerking door Veilig Thuis betreft.
  4. Het direct, zonder interne klachtafhandeling, indienen van een klacht bij de in lid 3 bedoelde Geschillencommissie, is uitsluitend mogelijk indien naar het oordeel van de Geschillencommissie redelijkerwijs niet van de cliënt kan worden gevraagd de interne klachtenprocedure eerst te doorlopen.

Artikel 38 Slotbepaling

  1. Dit reglement treedt voor onbepaalde tijd in werking op 1 oktober 2017.
  2. Een jaar na inwerkingtreding van het reglement wordt de implementatie van het reglement getoetst. Zo nodig neemt de verantwoordelijke op basis van deze toetsing maatregelen om de implementatie te bevorderen.
  3. Het dagelijks bestuur van GGD Zaanstreek-Waterland is bevoegd dit reglement te wijzigen of in te trekken.
  4. Dit reglement kan worden aangehaald als’ Privacyreglement GGD Zaanstreek-Waterland’.