Zeg het maar – Het praten van uw kind 0 tot 4 jaar

Klik hier voor het PDF-bestand van de folder Zeg het maar 0-4 jaar (pdf 316kb)

Zeg het maar

Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Soms gaat het leren praten niet zo vlot. Eén op de vijf kinderen op de basisschool start met een taalachterstand. Die achterstand is moeilijk in te halen en kinderen kunnen daar de rest van hun leven last van hebben. Ze krijgen dan problemen met leren, met het uiten van gevoelens, met het maken van contact, enz. Bekijk onze tips en adviezen om uw kind te helpen met leren praten.

Het praten van uw kind

Doordat uw kind mensen om zich heen hoort praten over dagelijkse dingen, gaat hij/zij de taal steeds beter begrijpen. Betrek uw kind in gesprekken, want uiteindelijk zal uw kind iets terug gaan zeggen. Als ouder kunt u een belangrijke bijdrage leveren aan de taalontwikkeling van uw kind.

Het is belangrijk dat u vanaf de geboorte met uw kind praat; spreek de taal waarin u zich het best kunt uitdrukken. Jonge kinderen zijn in staat meer dan één taal tegelijk te leren. De manier die gekozen wordt om meer dan één taal aan te bieden, kan per gezin verschillen. De taalontwikkeling verloopt in elke taal op dezelfde wijze.

Het eerste huilen en de eerste keuvelgeluidjes van een kind komen vanzelf. Alle kinderen over de hele wereld maken daarbij dezelfde geluidjes. Deze geluidjes gaan langzamerhand steeds meer op de eigen taal lijken. Een kind neemt namelijk de klanken over van mensen die veel met hem/haar praten. De reacties vanuit de omgeving zijn dus erg belangrijk voor de ontwikkeling van het spreken. Het kind gaat steeds meer geluiden, klanken en woordjes die het hoort, nadoen. Vanuit dit nadoen ontwikkelt zich tenslotte het spreken.

Taal en spraak bij kinderen van 0 tot 12 maanden

Bij sommige kinderen komt het praten vlot op gang, bij anderen duurt het wat langer. Leren praten is net als leren lopen: het ene kind leert het sneller dan het andere en het gaat met vallen en opstaan.

Het aantal verschillende geluiden neemt in de loop van de maanden toe. Op de leeftijd van negen à tien maanden maken kinderen geluiden die steeds meer lijken op spraakklanken. Het herhalen van dezelfde klanken noemen we brabbelen.
ba-ba-ba-ba
mmm-mmm-mmm-mmm
gûh-gûh-gûh-gûh
ta-ta-ta-ta

Rond de eerste verjaardag begint bij de meeste kinderen het gebrabbel op echte woordjes te lijken. Ze vertellen je zo hele ‘verhalen’.

Taal en spraak bij kinderen van 12 tot 18 maanden

Vanaf deze leeftijd begrijpen kinderen zinnetjes met twee woorden.
Poes aaien?
Papa weg?
Bal rollen?
Ook kunnen ze één of meer lichaamsdelen aanwijzen. Je hoort veel en gevarieerd brabbelen met af en toe een herkenbaar woord.

Tips voor ouders van kinderen van 0 tot 18 maanden

  1. In deze periode begint uw kind zich te richten op geluiden en leert de
    geluiden van elkaar te onderscheiden. Maak uw kind attent op geluiden met
    behulp van speelgoed dat geluid maakt of door ‘gekke’ geluidjes te maken.
  2.  Herhaal geluiden die uw kind uit zichzelf maakt. Kijk uw kind daarbij aan
    en lach tegen uw kind. Zo stimuleert u dat uw kind u nadoet en de eigen
    stem ontdekt.
  3. Praat tegen uw kind, terwijl u met hem/haar bezig bent. Maak daarbij
    korte, eenvoudige, maar goede zinnen, zoals:
    Dag, schat!
    Heb je lekker geslapen?
    Kom maar.
    Gaan we lekker eten?
  4. Zing eenvoudige wiegeliedjes en kinderversjes met uw kind. Neem uw kind
    op schoot en kijk elkaar aan. Maak de bewegingen die bij het versje of
    liedje horen
  5. In een rustige omgeving herkent uw kind eerder geluiden en woordjes. Achtergrondgeluiden van bijvoorbeeld de televisie of de radio leiden af.

Taal en spraak bij kinderen van 18 tot 24 maanden

Uw kind gaat de wereld om zich heen echt ontdekken en gaat leren dat alles een naam heeft. Tegelijkertijd kan hij/zij steeds meer woordjes begrijpen en zeggen, maar nog niet alle klanken goed uitspreken. Een tweejarig kind zegt minimaal vijf tot tien woordjes. Eén enkel woord kan verschillende betekenissen hebben (één-woordzinnen).
Bijvoorbeeld: een kind zegt ete. Dit kan betekenen:
Ik wil eten.
De poes gaat eten.
Mama eet.

Taal en spraak bij kinderen van 2 tot 2,5 jaar

Na de één-woordzinnen volgen al snel twee-woordzinnen. Bijvoorbeeld Papa weg betekent:
Papa is er niet.
Papa gaat weg.
Waar is papa?
Uw kind spreekt nog niet alle woorden goed uit.

Tips als uw kind praat in één-woordzinnen en twee-woordzinnen

  1. Sluit aan bij wat uw kind al kan begrijpen. Praat uw kind in één- en tweewoordzinnetjes, dan kunt u het beste praten in zinnen die iets langer zijn en woorden gebruiken die uw kind al kent. Bijvoorbeeld:
    Ga je mee?
    We gaan naar oma.
    Jas aan.
  2. U kunt beter geen kindertaal overnemen, ook al is het nog zo grappig of aandoenlijk. In plaats van woef-woef zegt u: Ja, de hond.
  3. Praat over de dagelijkse dingen waar u en uw kind mee bezig zijn en benoem alles wat u met uw kind doet.
  4. Van samen praten over boekjes, plaatjes en van liedjes zingen, leert uw kind veel nieuwe woorden. Laat uw kind ook zinnetjes aanvullen bij een boekje dat het al kent. Bijvoorbeeld:
    Dat is de (koe).
    De koe zegt (boe).
  5. Als een woord of een zinnetje van uw kind niet goed is, kunt u het in de correcte vorm herhalen. Nazeggen hoeft niet

Taal en spraak bij kinderen van 3 tot 3,5 jaar

Rond de derde verjaardag maakt een kind zinnetjes van minimaal drie tot vijf woorden; ook gebruikt het soms al moeilijke woorden.

Door te luisteren leren kinderen zinnen begrijpen en daardoor ook zelf zinnen te vormen. Ook ontdekken zij vaste patronen in de taal en nemen deze over (sok wordt sokken, ik loop/wij lopen). Daar mogen nog fouten in gemaakt worden. Bijvoorbeeld:
Waarom keekte jij naar buiten?
Oei, ik valde bijna.
Omdat ik die kwijt hebt.
Er komen nog steeds uitspraakfouten voor, bijvoorbeeld piesnazie in plaats van spinazie.

De wereld van uw kind wordt groter (op de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf, uit logeren, enz.) en daarmee de woordenschat.

Soms denkt uw kind sneller dan hij/zij kan praten en struikelt het over woorden.

Taal en spraak bij kinderen van 3,5 tot 4 jaar

Uw kind praat in goede, korte zinnen. De ‘r’ en sommige klankcombinaties kunnen nog lastig zijn. Spontaan vertelt het wel eens een verhaaltje en ook is het mogelijk om een gesprekje te voeren.

Tips als uw kind zinnen maakt van meer dan twee woorden

  1. Taal wordt leuk. Uw kind geniet van voorlezen, rijmpjes en liedjes. Het is goed om vaak hetzelfde te doen.
  2. Sommige woorden of zinnen gaan nog niet altijd goed. Lach er niet om of plaag uw kind niet, maar help juist door het woord/de zin in de goede vorm te herhalen.

Wanneer contact opnemen?

  • Bent u ongerust over het praten van uw kind?
  • Hoort uw kind niet goed?
  • Ontwikkelt uw kind zich langzamer of anders dan in dit boekje beschreven staat?
  • Is uw kind onverstaanbaar voor vreemden?
  • Maakt uw kind niet of moeilijk contact met u of anderen?
  • Heeft uw kind moeite om zijn gedachten onder woorden te brengen?
  • Wilt u adviezen over meertalig opvoeden?

Met wie contact opnemen?

U kunt contact opnemen met de logopedist van het Centrum Jong of Centrum voor Jeugd en Gezin via logopedie@ggdzw.nl.

© ggdzw 2017
Telefoon (075) 651 83 40 (Centrum Jong)
(0299) 74 80 04 (Centrum Jeugd en Gezin)
Website www.ggdzw.nl
E-mail jgz@ggdzw.nl